De doelen en de geschiedenis van de Mortselse Heemkundige Kring

De stad Mortsel

De stad Mortsel bestuderen in ruimte en tijd, heemkunde en onderzoek naar de geschiedenis stimuleren, cultiveren en uitdiepen.

Contacten leggen

Met heemkunde als bindmiddel, contacten binnen de erfgoedsector, in de ruimste betekenis van het woord.

Documenteren

Actief meewerken aan een archief- en documentatiecentrum en een bewaar- en herstelruimte voor heemkundig erfgoed.

Beheren

Verwerven en beheren van dat heemkundig erfgoed.

Ontstaan

Op dinsdag 21 juni 1949 stichtten negen Mortselse gemeentebedienden de Mortselse Heemkundige Kring. Zij wilden een aanspreekpunt zijn over de geschiedenis van Mortsel, gegevens en voorwerpen opslaan, hun kennis openbaar maken en vergeten gebeurtenissen ophalen. Het gemeentebestuur stond positief tegenover dit initiatief en liet de Kring toe om voor hun maandelijkse bijeenkomsten de vergaderzaal van het college in het oude gemeentehuis te gebruiken. In de zaal mochten ook de voorwerpenverzameling en de geschriften opgeborgen worden.

Dit leverde een kleine maand later reeds een eerste tentoonstelling op achter de toen in herbouw zijnde meisjesschool Sint-Lutgardis. De Kring had de wind in de zeilen want ook niet-personeelsleden van de gemeente sloten zich aan als lid. Tevens groeide de verzameling van de kring en in 1951 volgde een tweede tentoonstelling, waarop de “aanwinsten van dat jaar” te bewonderen waren.
De vergaderzaal was duidelijk te klein en de Kring streek neer op de tweede verdieping van het herenhuis in de Edegemsestraat 40, tevens gemeentelijke muziekacademie. Hier konden wij beschikken over de ‘beste’ kamer en de zwaardere voorwerpen vonden een plaats in de kelder.

Voor voorzitter Hubert Croux was een eigen heemmuseum de ultieme droom, maar dat kon natuurlijk niet in één kamer en één kelder.

Wat wel kon was de uitgave van het eerste Jaarboek in 1957.

We noteerden in die periode tal van spreekbeurten, lezingen, bezoeken aan tentoonstellingen, musea, Mortselse monumenten, e.a..

In 1959 vierde een voorspoedige kring haar tiende verjaardag met een academische zitting, een dankmis, de onthulling van een gedenkplaatje aan het graf van J.B. Stockmans, een tentoonstelling en een folkloristische feestdag.

Een ramp voor de kring

Het betrekken van het gebouw in de Edegemsestraat bleek echter een zeer tijdelijke oplossing. De slopingsplannen voor de villa lagen klaar en de zoektocht naar een andere ruimte kon beginnen.

Het vertrek van boer Rombouts uit de Dieseghemhoeve en het staken van de landbouwactiviteit aldaar bood de MHK een enige gelegenheid om de droom van een heemmuseum waar te maken. De gemeente stelde de hoeve in 1965 officieel ter beschikking en het adres was nu: Heemmuseum “Diezegem-hoeve” De woonvertrekken werden ingericht als een bestendige tentoonstellingsruimte en was nu de riante stek van de Kring.

Spijtig genoeg kraaide op zondagmiddag 30 september 1979 de rode haan.
Het strooien dak en de bovenverdieping van de Dieseghem hoeve gingen in vlammen op. Vuur, water- en rookschade zorgden ervoor dat veel van het gedurende jaren bijeen gespaarde tentoonstellingsmateriaal verloren ging.
Een ramp voor de kring.

Na de brand viel de werking van de kring stil. In 1984 was Jean-Louis De Cannière bereid voor één jaar het voorzitterschap op zich te nemen. Zoals steeds konden de Kring rekenen op de welwillendheid van het gemeentebestuur. Het stelde een klaslokaal, en een brede gang in de gemeenteschool in de Van Peborghlei en een deel van de zolder in de Sint-Lutgardisschool ter beschikking. De enkele geredde meubelen werden weer bruikbaar gemaakt. Een fotoarchief zag het levenslicht en er werd begonnen met de aanleg van een bibliotheek. Het was dan ook niet te verwonderen dat er in 1985 opnieuw een jaarboek verscheen, het zesde in de reeks.

Jan en Bruno Gastmans

Johan Fleerackers volgde in 1985 J.L.De Cannière op als voorzitter. Hij vervulde die taak tot aan zijn plotse dood in 1989. Op 12 mei 1989 werd Jan Gastmans  de vijfde voorzitter van de kring. Jan kreeg in 1993 andermaal een verhuis voor de kiezen. De kring kon nu beschikken over één lokaal in de kelder onder de kleuterschool van Sint-Lutgardis. Later zou de kring de volledige kelderverdieping mogen benutten, waarbij het een vaste regel was dat de lokalen minstens éénmaal per jaar onder water liepen. In die periode was ook de zolder van het stadhuis en een lokaal en een kelder in het oude klooster van de school de stockageplaats voor het kringmateriaal.

Tussendoor werkte de kring mee aan de open-monumenten- en erfgoeddagen, richtte tentoonstellingen in, hielp studenten met hun eindwerk, publiceerde tal van jaarboeken en brochures, verleende haar medewerking aan andere projecten van de stad en stond ze de bevolking bij  met historische opzoekingen.

Begin 2014 volgde Bruno Gastmans zijn oom op als voorzitter.

Naar 2020

Het hele gebied van de Sint-Lutgardisschool kreeg een andere invulling en een nieuwe verhuis volgde in 2016. De tocht ging nu van de kelder naar vier klaslokalen op het gelijkvloers in de dezelfde school. Door de beperkte tijdelijke ruimte drong een grondige reorganisatie zich op.

Eind 2020 zal er opnieuw naar een onderkomen moeten gezocht worden.
De behuizing en het gebrek aan bergruimte voor de steeds groeiende collecties en gegevens van de Mortselse Heemkundige Kring blijken aldus een constante doorheen de geschiedenis van de kring.